De Patriottentijd
In de tweede helft van de achttiende eeuw was in Nederland langzaam maar gestaag het politieke landschap veranderd. Het twee eeuwen oude politieke systeem van de Republiek, met zijn specifieke rollen voor de Staten-Generaal, de Raadspensionaris en de Stadhouder (de Prins van Oranje), begon barsten te vertonen.

In deze periode waren er twee rivaliserende machtsblokken ontstaan in wat wij voor het gemak 'Nederland' zullen noemen. Onder invloed van de Verlichting ontstond een beweging die een eind wilde maken aan de macht van Stadhouder en regenten. De vertegenwoordigers van de burgerij moesten voortaan de bepalende politieke machtsfactor gaan vormen. De aanhangers van deze beweging noemden zich Patriotten. Hun tegenstanders waren de aan stadhouder Willem V loyale 'Prinsgezinden'.

Bekijk hieronder een film over de Patriotten. Leden van Het Salet hebben meegewerkt aan de opnames.

De patriotse beweging, soms door de Oranjeklanten spottend 'Kezen' genoemd, beschikte niet over een eenduidig partijprogramma dat door alle patriotten kon worden gedeeld. Dat bracht met zich mee dat overal in het land groepjes hervormingsgezinde patriotten bijeen kwamen met het doel, ieder op geheel eigen wijze, de bestaande politieke verhoudingen te wijzigen. In 1786 lukte het zowaar met behulp van patriotse milities (gewapende, semi-militaire burgerwachten) in sommige steden de zittende regenten van het pluche te verdrijven. Dat gaf grote politieke spanningen en er dreigde een burgeroorlog uit te breken tussen patriotten en prinsgezinden.

Door de onrust brokkelde het gezag van de stadhouder af en nam hij de wijk naar Nijmegen. Toen Wilhelmina, de echtgenote van stadhouder Willem de Vijfde, in 1787 op eigen initiatief op weg ging om de Oranjepartij in Den Haag tot actie te bewegen tegen de patriotten gebeurde er iets dat nog nooit was vertoond. Zij werd door een patriots Vrijkorps bij Goejanverwellesluis tegengehouden.

periodes patriotten2Het was de ultieme belediging voor het stadhouderlijk gezag. Wilhelmina's broer, de koning van Pruisen, stuurde in september van hetzelfde jaar een troepenmacht van 20.000 man om orde op zaken te stellen in de republiek.

De patriotse milities werden zonder problemen door Pruisische grenadiers ter zijde geschoven, het gezag van de stadhouder werd hersteld en duizenden patriotten ontvluchtten het land. Zij trokken naar het revolutionaire Frankrijk waar zij politiek asiel aanvroegen. Daar moesten ze tot 1795 op hun terugkeer wachten.

Een van de belangrijkste Nederlandse Patriotten binnen de Nederlandse patriotten-beweging was zonder twijfel de Overijsselse baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol. In het jaar 1781 verscheen zijn - anonieme - pamflet met de titel: "Aan het Volk van Nederland". In dit geschrift werd gesteld dat het erfelijke stadhouderschap vervangen diende te worden door een op de volkswil gebaseerde - dus democratische - maatschappij. Uiteraard werd het pamflet binnen een maand na het verschijnen verboden en kwam er een aanzienlijke aanbrengpremie op het hoofd van de onbekende auteur te staan. Desondanks werd het nog driemaal illegaal herdrukt en verspreid en zelfs in het Frans, Engels en Duits vertaald. Het zou een blijvende invloed hebben op de democratische beweging in Nederland. Overigens is dit pamflet ook heden ten dage nog zeker de moeite van het lezen waard en blijft de aanklacht tegen Haagse misstanden zeer herkenbaar.

De Bataafsche Republiek (1795 - 1806)
In december 1794 trokken Franse troepen onder leiding van generaal Pichegru over de bevroren rivieren en bezetten de Nederlanden. Op 18 januari 1795 vlucht stadhouder Willem V naar Engeland. Op talrijke plaatsen in het land nemen revolutionaire comités van patriotten het bestuur over. Zij zijn voorstander van gelijke rechten van alle burgers ('vrijheid, gelijkheid en broederschap') en vóór verkiezing van het bestuur. Daarmee keren ze zich tegen het oude Stadhouderlijke Bewind, waarin regenten de baantjes onderling verdeelden.
Door het Haags Verdrag van 16 mei 1795 komen de Nederlanden onder Franse invloed. De vroegere Republiek der Verenigde Nederlanden moet militaire en financiële steun geven aan Frankrijk, maar houdt een eigen bestuur.

De (oude) Staten-Generaal worden afgeschaft. Er komt een tamelijk democratisch gekozen Nationale Vergadering, die een Grondwet gaat opstellen. Deze vergadering komt op 1 maart 1796 voor het eerst bijeen.

Nog voor de Grondwet er is, wordt scheiding van kerk en staat doorgevoerd en het gelijkheidsbeginsel van alle burgers ingevoerd. Ook katholieken en joden kunnen voortaan bestuursfuncties bekleden. Nadat in 1797 een eerste ontwerp voor de Grondwet is verworpen, komt er een Tweede Nationale Vergadering.
De vergaderingen werden verscheurd door onderlinge tegenstellingen tussen de diverse Patriotse facties. De Federalisten waren conservatief; zij waren al blij met het vertrek van de stadhouder en wilden verder geen hervormingen. Zij waren voorstanders van gewestelijke autonomie.

De Unitariërs daarentegen waren radicaal; de gewesten moesten worden vervangen door departementen en er moest een krachtig, democratisch en centraal bestuur komen voor de Bataafse Republiek. De Moderaten van Schimmelpenninck namen een tussenpositie in; ze wilden ook een centrale staat, net als de Unitariërs, maar zagen niets in een verregaande verruiming van de kieswet. De Moderaten waren vaak besluiteloos en werden daarom door hun vijanden - zowel de Unitariërs als Federalisten - "slijmgasten" genoemd. Het parlement komt in januari 1798 aan zijn eind door een unitarische staatsgreep. De unitariërs nemen het bewind over en maken een Grondwet. Er komt een zogenaamd Uitvoerend Bewind van de Bataafse Republiek. Deze Grondwet treedt pas in juli 1798 in werking na een tweede staatsgreep van meer gematigde patriotten (moderaten). Het Uitvoerend Bewind blijft bestaan, en daarnaast komt er een parlement (het Vertegenwoordigend Lichaam) en zijn er agenten, die zijn te vergelijken met onze ministers.

Het Staatsbewind (1801 - 1805)
In september 1801 wordt het Uitvoerend Bewind met behulp van de Fransen afgezet. Er komt een veel autoritairder bestuur met aan het hoofd het Staatsbewind. Veel oude regenten uit de tijd van de stadhouder keren terug in het bestuur. Het ingestelde Wetgevende Lichaam heeft betrekkelijk weinig te zeggen.Nederland tijdens het staatsbewind
Het land wordt weer in acht provincies (departementen) verdeeld, waarvan de grenzen grotendeels overeenkomen met die van de vroegere gewesten. Doordat Willem V in december 1801 vanuit Oraniënstein zijn onderdanen van hun verplichting ontslaat trouw aan hem te blijven, kunnen voormalige orangisten en regenten weer belangrijke posten gaan innemen.

In 1804 besluit de Franse keizer Napoleon dat er een andere regering moet komen in de Bataafse Republiek. Om de Franse invloed te vergroten, wil Napoleon dat er een eenhoofdig bestuur komt. De Grondwet wordt wederom veranderd. De ambassadeur in Parijs, Rutger Jan Schimmelpenninck wordt door Napoleon per 29 april 1805 aangesteld als raadpensionaris van de Bataafse Republiek.

De periode van Schimmelpenninck (1805 - 1806)
SchimmelpenninckOmdat de Fransen vinden dat de Bataafse Republiek Frankrijk te weinig steun geeft in haar oorlog tegen Engeland, vervangt Napoleon in april 1805 het Staatsbewind door een eenhoofdig bestuur. Hij kiest daarvoor Rutger Jan Schimmelpenninck, die de functie van raadpensionaris krijgt. Schimmelpenninck wordt bijgestaan door secretarissen van staat. Verder is er een Staatsraad en een uit 19 leden bestaand Wetgevend Lichaam, waarvan de leden als titel hebben 'Hunne Hoog Mogende, vertegenwoordigende het Bataafsch Gemeenebest'. Het Wetgevend Lichaam heeft weinig macht en komt maar twee keer per jaar bijeen. In de korte tijd dat hij raadpensionaris was heeft Schimmelpenninck, bijgestaan door secretaris van Staat Gogel die het departement van Financiën beheerde, enkele zeer belangrijke hervormingen doorgevoerd die zwaar op de bevolking drukten. Gogel wist een nieuw belastingstelsel door te drukken. Er kwam accijns op zout en zeep, op turf, alcoholische dranken, graan, meel en vlees. Er werd een grondbelasting ingevoerd, een kadaster, personele belasting op bedienden, paarden, meubels etc. Schimmelpenninck's secretaris van Staat voor Onderwijs, Hein van Stralen, voerde een nieuwe onderwijswet in (overheidssteun aan het openbaar onderwijs). Het eenhoofdige bewind van Schimmelpenninck hield het slechts één jaar uit. Onvrede van de Fransen over het beleid van Schimmelpenninck leidt op 5 juni 1806 tot diens vervanging. Een Nederlandse delegatie wordt door de Fransen gedwongen de keizer te smeken zijn jongere broer, Lodewijk Napoleon, als koning aan te stellen. Er komt wederom een nieuwe Grondwet, de Constitutie voor het Koninkrijk Holland, die op 7 augustus 1806 in werking treedt.

Het Koninkrijk Holland (1806 - 1810)
Ook over het bestuur van Schimmelpenninck is keizer Napoleon op den duur niet tevreden. Hij benoemt daarop zijn broer, Lodewijk Napoleon, in 1806 tot koning van Holland. Lodewijk stelt Nederlandse ministers aan en zet zich in voor het welzijn van zijn nieuwe onderdanen. Wel worden Franse wetten ingevoerd, zoals het Franse Wetboek van burgerlijke rechtspleging.
Lodewijk Napoleon zet zich erg in voor de Hollandse zaak, veel meer dan zijn broer de keizer wenselijk vindt. De koning probeert zelfs de Nederlandse taal te leren.
Koning Lodewijk Napoleon zetelt achtereenvolgens in Den Haag, Apeldoorn, Utrecht, Amsterdam (in het Paleis op de Dam) en in Haarlem. In november 1806 wordt door zijn broer Napoleon het Continentaal Stelsel ingevoerd, waardoor handel met Groot-Brittannië wordt verboden. Lodewijk laat echter de smokkelhandel oogluikend toe, omdat hij van mening is dat het levenspeil van de bevolking door het Stelsel te erg benadeeld wordt.

Lodewijk Napoleon toont in 1807 bij de ontploffing van het kruitschip in Leiden en in 1808 en 1809 bij overstromingen van de grote rivieren zijn medeleven met de getroffen bevolking. Zijn compassie met de getroffenen levert hem de bijnaam 'de goede koning' op, hoewel zijn tegenstanders blijven volharden in de spotnaam 'de lamme koning'.
In 1808 wordt de provincie Oost-Friesland aan het koninkrijk toegevoegd. Per 31 maart 1810 worden Zeeland, Brabant en een deel van Gelderland aan Frankrijk afgestaan.

Lodewijk richt in 1808 het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten te Amsterdam op, en in Den Haag sticht hij de Koninklijke Bibliotheek. In augustus/december 1809 vindt een Engelse invasie op Walcheren plaats. De Engelse strijdkrachten worden door ziekten gedecimeerd en uiteindelijk door Franse- en Hollandse troepen gedwongen zich weer terug te trekken.
Lodewijks coulante houding is uiteindelijk niet naar de zin van de keizer, die zijn broer tot aftreden dwingt. Per 1 juli 1810 doet Lodewijk Napoleon afstand van de troon ten behoeve van zijn zoontje en op 9 juli 1810 wordt bij het Decreet van Rambouillet Holland ingelijfd bij Frankrijk. Lodewijk zal nooit meer terugkeren naar zijn geliefde Holland, hoewel hij na de val van zijn broer nog wel gepolst wordt voor het koningschap.

Deel van Frankrijk (1810 - 1813)
Op 9 juli 1810 wordt Holland ingelijfd bij het Franse keizerrijk, met aan het hoofd keizer Napoleon. In de Nederlanden komt een Franse Gouverneur-Generaal.
De inlijving leidt tot invoering van nieuwe wetboeken: de Code Pénal (het Wetboek van Strafrecht), de Code Civil (Burgerlijk Wetboek) en de Code de Commerce (Wetboek van Koophandel). De rechterlijke organisatie wordt sterk verbeterd. Verder komt er een burgerlijke stand (en burgerlijk huwelijk).

Er worden aan het land ook allerlei financiële en economische lasten opgelegd en bovendien wordt in 1811 de conscriptie (algemene dienstplicht) ingesteld. Dienstplichtigen kunnen zich tegen betaling laten vervangen door een plaatsvervanger (remplaçant), waardoor menig rijkelui's zoontje de dans ontspringt. Fransen militairen zorgen dat er via zee geen handel meer wordt gedreven (het Continentale Stelsel). De financiële plichten worden opgelegd vanwege de oorlogen die Frankrijk voert, zoals in 1812 tegen Rusland.

Door dit alles neemt de ontevredenheid toe, terwijl ook de economie er weinig florissant voorstaat. Armoede en honger zijn daarvan het gevolg. Na de Franse nederlaag in de Slag bij Leipzig van oktober 1813 trekken de Franse troepen zich ook terug uit Nederland. Bij de Franse nederlagen zijn vele Nederlandse soldaten omgekomen. In Amsterdam ontstaan relletjes en worden douanehuisjes in brand gestoken.
Op 20 november wordt het herstel van de vrijheid uitgeroepen door een 'Voorlopig Bewind' van Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam. Erfprins Willem keert op 30 november 1813 terug in het land. Hij wordt uitgeroepen tot Soeverein Vorst en belooft dat er een Grondwet zal komen. 

Soeverein vorstendom Holland (1813 - 1815)
Na de terugkeer op 30 november 1813 van erfprins Willem uit ballingschap vraagt het Voorlopig Bewind van Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam aan hem staatshoofd te worden. Willem stemt daarin toe en maakt dit bekend in een proclamatie, waarin hij belooft te gaan regeren 'onder waarborging eener wijze constitutie'. Willem wordt soeverein vorst en nog geen koning. Hij vindt het grondgebied van Nederland te klein om daarvan koning te worden. Om die constitutie (Grondwet) op te stellen, benoemt de vorst een commissie onder leiding van Van Hogendorp. Het ontwerp, dat op 29 maart 1814 door een Vergadering van Notabelen in Amsterdam wordt goedgekeurd, neemt zowel zaken uit de Bataafse tijd als uit de periode vóór 1795 over. Op 30 maart 1814 wordt Willem door de Vergadering van Notabelen in Amsterdam ingehuldigd als soeverein vorst.

Naast het eenhoofdige bewind komt er een indirect gekozen parlement, de Staten-Generaal, komen er ministers (die nog de titel secretaris van staat hebben) en wordt Nederland definitief een eenheidsstaat. Vóór de Bataafs-Franse Tijd waren de Nederlandse gewesten (provincies) zelfstandig en bestond Nederland alleen als statenbond (de Republiek der Verenigde Nederlanden). 

Nadat begin 1815 Napoleon is teruggekeerd van zijn verbanningsoord Elba kende vorst Willem zichzelf de waardigheid van koning toe. Nederland wordt daarmee nog vóór er een internationale conferentie wordt gehouden over onder meer de vereniging met België (de vroegere Oostenrijkse Nederlanden) een koninkrijk. Willem aanvaardt het koningschap plechtig op 16 maart 1815. Hij wordt tevens groothertog van Luxemburg, dat onderdeel wordt van de verenigde Nederlanden. In juni 1815 wordt de vereniging beklonken op het Congres van Wenen.

Napoleon neemt nog één keer wapens op, maar na een bewind van 100 dagen lijdt hij zijn definitieve nederlaag in de Slag bij Waterloo (18 juni 1815). De zoon van de koning, de latere koning Willem II, is betrokken bij de strijd en wordt daarmee 'lid van Waterloo'.

 

Copyright © 2014. Het Salet. All Rights Reserved.